To spit or not to spit (2)

That’s the question. Kijk, als ik om advies vraag, dan hoef je mij maar één keer te vertellen wat er moet gebeuren. Toen Guy de permacultuurman mij zodoende vroeg een paadje te maken en met die grond de tuin op te hogen, ben ik als een dolle stier aan het spitten gegaan. Tegen de tijd dat er al slingerend tien meter pad lag, belde ik Guy: 

“Hoe kunnen we eigenlijk dat paadje weer opvullen?” (Stilte aan de andere kant van de lijn.) Nu had ik al een beetje op internet zitten struinen en wist ergens te vinden dat je als grondbedekking ook wel stro kon gebruiken, dus zei ik: “Stro, is dat niet een goed idee?” De rustige Belg kwam na de stilte even terug op mijn eerste vraag:


“Eh… Het pad weer opvullen?” 

Hm. Tja. Het was een beetje sompig geworden na alle regen van de afgelopen week. Nu ja. Sompig. Mijn pad was eigenlijk een klein, meanderend riviertje. Ook leuk, maar de opdracht was niet: maak een riviertje in uw tuin. Vandaar mijn opvulvraag. De permacultuurman besloot maar eens een kijkje te komen nemen en stond afgelopen zaterdag ‘in’ mijn paadje. Op kniehoogte begon mijn kersverse ‘permacultuurtuin in aanleg’. 

“Dat graafwerk heb je wel serieus genomen Marieke.” Ik lachte. Yes. That’s me. “En ik dacht nog wel dat er bij permacultuur geen spitwerk aan te pas kwam!”, riep ik. Guy wierp een blik op mijn vijvertje van 1 meter diep. Zijn rust stond ietwat in contrast met mijn dollestierenwerk, zag ik nu. En ergens vermoedde ik plots dat permacultuur ook te maken heeft met rust inbouwen. Om je heen kijken. Bewust zijn van wat je creëert en doet.

 “Dat stro Marieke, dat lijkt me geen goed plan. Tenzij je de tuin een paradijs voor slakken wilt maken.” (Oei, dat had ik nog nergens gelezen. Dat stro slakken aantrekt. Goeie tip.) “Misschien is het een goed idee om wat bouwmaterialen te halen uit die containers van je buurvrouw die aan het verbouwen is. Daar kunnen we wel wat mee”, zei hij. 

Want ook dat maakt kennelijk onderdeel uit van het permacultuurdenken; haal wat je kunt gebruiken in je tuin niet van verre. Beperk het aan- en afvoer (ergo: beperk CO2-uitstoot) en deel met elkaar wat je hebt. Ook je afval dus. Zo creëer je uiteindelijk je eigen kleine paradijs waar alles elkaar aanvult. Welnu, u hoort t.z.t. nog van mijn paadje. Als er tegen de zomer vissen in zwemmen, dan heb ik ergens iets niet goed gedaan, maar ik heb zo’n vermoeden, dat het wel goed komt.

Les 4
‘Haal wat je nodig hebt, niet van verre ~ deel wat je hebt met elkaar en; wees bewust van wat je creëert’

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Anti-spam sommetje *

Scroll to Top